Update: antwoord parlementaire vraag over opt-in: een BAV die beslist tot opt-in kan meteen daarna andere beslissingen nemen met toepassing van het WVV
In een eerder blogartikel wezen we op de praktische gevolgen van het feit dat de wetgever – ongelukkigerwijze – de inwerkingtreding van de opt-in verbonden heeft aan de publicatie van deze opt-in in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad en niet aan het moment van de beslissing zelf. Beslissingen in dezelfde akte na de opt-in (maar dus vóór de publicatie) konden o.i. nog niet worden genomen met toepassing van het nieuwe WVV. Zie ons eerder blogartikel via deze link. Via een antwoord op een parlementaire vraag hoopt men dit ongewenste gevolg alsnog weg te werken – zie antwoord via deze link. De minister antwoordt dat de BAV kan beslissen dat tussen de aandeelhouders het besluit tot opt-in geldt vanaf de datum van het besluit, op voorwaarde dat het besluit wordt bekendgemaakt. De vereiste van publicatie voor de inwerkingtreding zou enkel strekken ter bescherming van derden. Het gevolg daarvan is dat op dezelfde BAV die beslist tot de opt in, vervolgens
Update: gedoogbeleid tot 31 december 2019 voor de verplichte registratie van de uiteindelijk begunstigde(n) van ondernemingen
In onze bijdrage van 21 december 2018, geactualiseerd met de bijdrage van 2 april 2019, informeerden wij over de wettelijke verplichting tot registratie van de uiteindelijke begunstigde(n) van de ondernemingen in het zogenaamde UBO-register. Volgens het betrokken Koninklijk Besluit van 30 juli 2018 moesten de gegevens over de uiteindelijke begunstigde(n) voor elke onderneming voor het eerst worden geregistreerd uiterlijk 30 november 2018. De FOD Financiën verleende de ondernemingen echter uitstel tot 30 september 2019. De FOD Financiën heeft ondertussen aangekondigd dat zij nog tot 31 december 2019 een gedoogbeleid zal voeren en tot die datum geen sancties zal toepassen in geval van niet-naleving van de registratieverplichting. Kim Van Herck, intui advocaten kim.vanherck@intui.be www.intui.be
Belangenconflicten onder het nieuwe WVV – nieuwe regels, nieuwe vragen en aandachtspunten
De belangenconflictenregeling onder het Wetboek van Vennootschappen (W.Venn.) voor bestuurders met een tegengesteld vermogensrechtelijk belang is ingewikkeld aangezien zij verschilt van situatie tot situatie (denk aan de aanstelling van een lasthebber ad hoc in de BVBA zonder college van zaakvoerders, de onthoudingsplicht in de beursgenoteerde NV in tegenstelling tot niet-beursgenoteerde vennootschappen, het gebrek aan wettelijke regeling bij VZW’s). In het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) heeft de wetgever zijn kans gegrepen om meer eenvormigheid te brengen in de belangenconflictenregeling. We zetten de belangrijkste wijzigingen op een rijtje: De onthoudingsplicht wordt de algemene regel. De bestuurder met een belangenconflict dient zich steeds te onthouden en mag dus niet langer deelnemen aan de beraadslaging en de stemming. De regel over wie bij een belangenconflict de beslissing kan nemen wordt geüniformiseerd. Voor de NV, BV en CV geldt als algemene regel dat de beslissing kan worden genomen door de niet-geconflicteerde bestuurders (de verplichte aanstelling van de lasthebber ad hoc die we
Opt-in slechts van toepassing vanaf de bekendmaking van de statutenwijziging – praktische gevolgen
Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) is in werking getreden op 1 mei 2019. Nieuw opgerichte vennootschappen waarvan de oprichtingsakte is neergelegd op of na 1 mei 2019 worden dus beheerst door het nieuwe WVV. Voor bestaande vennootschappen is een overgangsperiode voorzien tot 1 januari 2020. Tot dan blijft het Wetboek van Vennootschappen (W.Venn.) nog op hen van toepassing. Vanaf 1 januari 2020 worden de dwingende bepalingen van het WVV (en ook de aanvullende bepalingen voor zover er niet van is afgeweken in de statuten) algemeen van toepassing. Bestaande vennootschappen hebben echter de mogelijkheid om zich reeds vóór 1 januari 2020 te onderwerpen aan het WVV door een opt-in te doen. Doet men een opt-in dan is het WVV uiteraard in zijn geheel toepasselijk, men kan zich niet slechts gedeeltelijk onderwerpen. Deze opt-in moet gebeuren door middel van een statutenwijziging, waarbij men beslist om de vennootschap te onderwerpen aan het WVV en de statuten waar nodig aanpast aan
Omzetting van een afgeschafte vennootschapsvorm: wanneer en met of zonder toepassing van de omzettingsprocedure?
Het WVV voorziet in een vereenvoudiging van het aantal rechtsvormen en schaft heel wat bestaande vennootschapsvormen af. In de categorie van de vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid verdwijnen de tijdelijke handelsvennootschap en de stille handelsvennootschap. Hetzelfde resultaat kan immers worden bereikt met de maatschap: een tijdelijke maatschap opgericht voor bepaalde duur of een welbepaald project, of een stille maatschap waarvan de bestuurder handelt in eigen naam. In de categorie van de vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid verdwijnt de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (CVOA) en het economisch samenwerkingsverband (ESV) aangezien deze zeer gelijkend zijn op de vennootschap onder firma (VOF). Ook de landbouwvennootschap (LV) bestaat niet langer onder het WVV. Deze herleeft wel als een bijzondere erkenning waardoor de eigenheden van de landbouwvennootschap (op het vlak van pachtwet en fiscaliteit) alsnog kunnen worden bekomen door een vennootschap onder firma (VOF), gewone commanditaire vennootschap (CommV), besloten vennootschap (BV) en coöperatieve vennootschap (CV). De commanditaire vennootschap op aandelen (CommVA) verdwijnt als volkomen rechtspersoon, maar de
Tegenwerpelijkheid van statutaire of conventionele overdrachtsbeperkingen
Een aandeelhouder verkoopt zijn aandelen aan een derde, zonder eerst de mogelijkheid te hebben geboden aan de overige aandeelhouders om deze aandelen bij voorrang te verwerven conform het voorkooprecht opgenomen in de statuten. Is de overdracht aan de derde niettemin geldig? Of kan de overdrachtsbeperking worden tegengeworpen aan de derde-koper? Het WVV bepaalt dat overdrachtsbeperkingen (zoals voorkooprechten, standstill-bepalingen, volgrechten, goedkeuringsclausules, etc.) opgenomen in de statuten steeds tegenwerpelijk zijn aan derden. Het WVV bevestigt hiermee het meerderheidsstandpunt van rechtspraak en rechtsleer. Statutaire overdrachtsbeperkingen zijn tegenwerpelijk zelfs aan derden te goeder trouw (die geen kennis hadden van de overdrachtsbeperking) en zelfs wanneer de overdrachtsbeperking niet werd opgenomen in het aandelenregister (ondanks de verplichting daartoe – zie blog “Verplichte opname van overdrachtsbeperkingen in het aandelenregister”). De derde die aandelen heeft verworven in strijd met een statutaire overdrachtsbeperking hoeft dus door de vennootschap en de andere aandeelhouders niet als nieuwe aandeelhouder te worden geduld. Wat wanneer de overdrachtsbeperking niet is opgenomen in de