Moet de echtgeno(o)t(e) van een verkoper van aandelen instemmen met de voorgenomen transactie?

Indien een verkoper van aandelen een natuurlijke persoon is en gehuwd is, rijst de vraag of hij/zij de overnameovereenkomst op eigen houtje kan onderhandelen en ondertekenen dan wel of zijn/haar echtgeno(o)t(e) moet kennisnemen van en instemmen met de voorgenomen transactie om tot een rechtsgeldige koop-verkoop van aandelen te komen. Zowel in de hypothese dat het gaat om aandelen die volgens het huwelijksvermogensrecht tot het eigen vermogen van de verkoper behoren (bv. aandelen die met eigen middelen werden verworden door een verkoper of die werden verworven door erfenis of schenking) als in de hypothese dat het gaat om aandelen die tot het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten behoren (bv. aandelen die door een echtgenoot gehuwd onder het wettelijk stelsel met gemeenschappelijke middelen werden verworven en die niet vallen onder het uitzonderingsregime van art. 1401, °5 Burgerlijk Wetboek[1]), kan de verkoper de overnameovereenkomst principieel alleen onderhandelen en ondertekenen en bijgevolg de aandelen verkopen zonder medeweten en tussenkomst van zijn/haar echtgenoot. Voor het

Lees meer »

Geldigheidsvoorwaarden voor niet-concurrentiebedingen in overnameovereenkomsten en matigingsbevoegdheid van de rechtbank

Zoals in een eerder blogartikel toegelicht (“Niet-concurrentiebedingen in overnameovereenkomsten: een noodzaak?” – Matthias Jans, 14 april 2016 – zie link), dient een koper van aandelen die wil verhinderen dat de verkoper na de overdracht een concurrerende onderneming start, een expliciet niet-concurrentiebeding in te lassen in de overnameovereenkomst. Ingevolge het Franse decreet d’Allarde van 1791 geldt er een vrijheid van handel en nijverheid. Dit beginsel bevindt zich thans in Boek II van het Wetboek van economisch recht, Titel 3 (Vrijheid van ondernemen). Aangezien een niet-concurrentiebeding een beperking uitmaakt op deze vrijheid van handel, moeten partijen bij de redactie van het beding met bepaalde grenzen rekening houden. Een niet-concurrentiebeding moet namelijk steeds beperkt zijn (1) in de tijd; (2) in de ruimte en (3) inzake het voorwerp[1]. Ten eerste moet het beding beperkt zijn in de tijd. De duur moet zich beperken tot de termijn die de koper nodig heeft om cliënteel te vormen, dan wel het aan zich te binden. Deze

Lees meer »

Update: antwoord parlementaire vraag over opt-in: een BAV die beslist tot opt-in kan meteen daarna andere beslissingen nemen met toepassing van het WVV

In een eerder blogartikel wezen we op de praktische gevolgen van het feit dat de wetgever – ongelukkigerwijze – de inwerkingtreding van de opt-in verbonden heeft aan de publicatie van deze opt-in in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad en niet aan het moment van de beslissing zelf. Beslissingen in dezelfde akte na de opt-in (maar dus vóór de publicatie) konden o.i. nog niet worden genomen met toepassing van het nieuwe WVV. Zie ons eerder blogartikel via deze link. Via een antwoord op een parlementaire vraag hoopt men dit ongewenste gevolg alsnog weg te werken – zie antwoord via deze link. De minister antwoordt dat de BAV kan beslissen dat tussen de aandeelhouders het besluit tot opt-in geldt vanaf de datum van het besluit, op voorwaarde dat het besluit wordt bekendgemaakt. De vereiste van publicatie voor de inwerkingtreding zou enkel strekken ter bescherming van derden. Het gevolg daarvan is dat op dezelfde BAV die beslist tot de opt in, vervolgens

Lees meer »

Update: gedoogbeleid tot 31 december 2019 voor de verplichte registratie van de uiteindelijk begunstigde(n) van ondernemingen

In onze bijdrage van 21 december 2018, geactualiseerd met de bijdrage van 2 april 2019,  informeerden wij over de wettelijke verplichting tot registratie van de uiteindelijke begunstigde(n) van de ondernemingen in het zogenaamde UBO-register. Volgens het betrokken Koninklijk Besluit van 30 juli 2018 moesten de gegevens over de uiteindelijke begunstigde(n) voor elke onderneming voor het eerst worden geregistreerd uiterlijk 30 november 2018. De FOD Financiën verleende de ondernemingen echter uitstel tot 30 september 2019. De FOD Financiën heeft ondertussen aangekondigd dat zij nog tot 31 december 2019 een gedoogbeleid zal voeren en tot die datum geen sancties zal toepassen in geval van niet-naleving van de registratieverplichting. Kim Van Herck, intui advocaten kim.vanherck@intui.be www.intui.be

Lees meer »

Belangenconflicten onder het nieuwe WVV – nieuwe regels, nieuwe vragen en aandachtspunten

De belangenconflictenregeling onder het Wetboek van Vennootschappen (W.Venn.) voor bestuurders met een tegengesteld vermogensrechtelijk belang is ingewikkeld aangezien zij verschilt van situatie tot situatie (denk aan de aanstelling van een lasthebber ad hoc in de BVBA zonder college van zaakvoerders, de onthoudingsplicht in de beursgenoteerde NV in tegenstelling tot niet-beursgenoteerde vennootschappen, het gebrek aan wettelijke regeling bij VZW’s). In het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) heeft de wetgever zijn kans gegrepen om meer eenvormigheid te brengen in de belangenconflictenregeling. We zetten de belangrijkste wijzigingen op een rijtje: De onthoudingsplicht wordt de algemene regel. De bestuurder met een belangenconflict dient zich steeds te onthouden en mag dus niet langer deelnemen aan de beraadslaging en de stemming. De regel over wie bij een belangenconflict de beslissing kan nemen wordt geüniformiseerd. Voor de NV, BV en CV geldt als algemene regel dat de beslissing kan worden genomen door de niet-geconflicteerde bestuurders (de verplichte aanstelling van de lasthebber ad hoc die we

Lees meer »

Opt-in slechts van toepassing vanaf de bekendmaking van de statutenwijziging – praktische gevolgen

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) is in werking getreden op 1 mei 2019. Nieuw opgerichte vennootschappen waarvan de oprichtingsakte is neergelegd op of na 1 mei 2019 worden dus beheerst door het nieuwe WVV. Voor bestaande vennootschappen is een overgangsperiode voorzien tot 1 januari 2020. Tot dan blijft het Wetboek van Vennootschappen (W.Venn.) nog op hen van toepassing. Vanaf 1 januari 2020 worden de dwingende bepalingen van het WVV (en ook de aanvullende bepalingen voor zover er niet van is afgeweken in de statuten) algemeen van toepassing. Bestaande vennootschappen hebben echter de mogelijkheid om zich reeds vóór 1 januari 2020 te onderwerpen aan het WVV door een opt-in te doen. Doet men een opt-in dan is het WVV uiteraard in zijn geheel toepasselijk, men kan zich niet slechts gedeeltelijk onderwerpen. Deze opt-in moet gebeuren door middel van een statutenwijziging, waarbij men beslist om de vennootschap te onderwerpen aan het WVV en de statuten waar nodig aanpast aan

Lees meer »

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

* indicates required
Privacy

Intuit Mailchimp