Digitale oprichting van vennootschappen en andere rechtspersonen en statutaire mandatendatabank
Digitaal en op afstand oprichten van vennootschappen en andere rechtspersonen Op 15 juli 2021 werd de Wet Digitalisering Vennootschapsrecht[1] in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Deze nieuwe wet zet de Richtlijn 2019/1151 van 20 juni 2019[2] om, dewelke kadert in de digitaliseringsbeweging van de Europese Unie. Met deze wet wordt een nieuwe stap in het verdere digitaliseringsproces van het vennootschapsrecht gezet. Na de komst van de digitale volmacht waarmee authentieke aktes zoals onder andere aktes tot statutenwijziging vanop afstand bij de notaris ondertekend en verleden kunnen worden en de invoering van de statutendatabank die het mogelijk maakt om alle sinds 1 mei 2019 authentiek verleden statuten en wijzigingen digitaal te raadplegen (via https://statuten.notaris.be), kan men ingevolge deze nieuwe wet sinds 1 augustus 2021 ook digitaal de authentiek te verlijden oprichtingsakte van een vennootschap of andere rechtspersoon (bv. IVZW) ondertekenen. De nieuwigheid bestaat er dus in dat de authentieke akte tot oprichting van een vennootschap of andere rechtspersoon voortaan op afstand verleden
Pand op aandelen – wat te checken bij due diligence: het pandregister of het aandelenregister van de vennootschap?
Op 1 januari 2018 trad de nieuwe Pandwet[1] met enige vertraging in werking. In het kader van deze nieuwe wettelijke regeling deed het registerpand zijn intrede. Zowel de geldigheid als de tegenwerpelijkheid van een dergelijk pand vereisen niet langer een buitenbezitstelling. De pandgever mag dus in het bezit blijven van het in pand gegeven roerend goed. Om dit pand tegenwerpelijk te maken ten aanzien van derden, moet het wel geregistreerd worden in een daartoe ontwikkeld nationaal pandregister (https://pangafin.belgium.be/#?lang=NL). Het pandregister is algemeen toegankelijk: iedereen die over een Belgische elektronische identiteitskaart beschikt, kan in het pandregister opzoekingen doen. Elke raadpleging vereist de betaling van een retributie (die zal worden aangerekend per zoekresultaat, ook al is dat negatief, alvorens de eventuele resultaten vrij te geven). Bovendien wordt de identiteit van de persoon die opzoekingen verricht, bijgehouden in het systeem gedurende zes maanden, wat het voor de pandgevers mogelijk maakt om na te gaan wie hun gegevens geraadpleegd heeft. Voor het vestigen van
Hoe loyaal is loyaal? Kan een bestuurder concurreren met de vennootschap, tijdens of na afloop van zijn mandaat?
Een bestuurder wordt verwacht “loyaal” te zijn ten aanzien van de vennootschap waarin hij het mandaat uitoefent. De loyauteitsplicht voor bestuurders[1] vloeit voort uit het algemene wettelijke principe van uitvoering te goeder trouw van overeenkomsten. Er wordt aanvaard dat deze loyauteit een concurrentieverbod impliceert, d.w.z. een verbod voor de bestuurder om gedurende de looptijd van het mandaat activiteiten uit te oefenen die concurrerend zijn met de (werkelijke) activiteiten van de betrokken vennootschap (bv. starten van een concurrerende onderneming, uitoefenen van een bestuursmandaat of operationele functie in een concurrerende vennootschap, enz.). Dit impliciet concurrentieverbod is van toepassing zelfs zonder dat dit uitdrukkelijk zo werd overeengekomen. Er kan wel in onderling overleg worden afgeweken van dit principiële concurrentieverbod. In de lijn van het voorgaande wordt door de meerderheidsrechtsleer en -rechtspraak aanvaard dat dit concurrentieverbod ophoudt bij het einde van het bestuursmandaat (ongeacht de reden of het tijdstip daarvan), tenzij anders werd overeengekomen (bv. clausule rond niet-concurrentieverplichting in management overeenkomst of benoemingsbesluit, op
Uit het oog, maar niet uit het hart: alternatieven voor fysieke aanwezigheid op algemene vergaderingen
De vraag naar wettelijke alternatieven voor fysieke aanwezigheid op algemene vergaderingen van een vennootschap of (I)VZW werd het voorbije jaar actueler dan ooit. Het W.Venn. respectievelijk het WVV bevatte ook reeds vóór de problematiek omtrent COVID-19 een arsenaal aan mogelijkheden, al dan niet voorbehouden voor vennootschappen. Door de Wet van 20 december 2020 (BS 24 december 2020) houdende diverse tijdelijke en structurele bepalingen inzake justitie in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, werden bijkomend enkele tijdelijke maar ook definitieve versoepelingen in het leven geroepen, met ook bijkomende opties voor de (I)VZW’s. We zetten de op vandaag bestaande vennootschaps- en verenigingsrechtelijke opties op een rijtje, als alternatief voor de klassieke default besluitvormingsprocedure van de fysieke algemene vergadering: De schriftelijke algemene vergadering (éénparige schriftelijke besluitvorming) Het WVV biedt voor de BV (art. 5:85 WVV), de CV (art. 6:71 WVV) en de NV (art. 7:133 WVV) de mogelijkheid van de zogenaamde “schriftelijke algemene vergadering”. Door de Wet
Het Leonijns beding in het WVV – risicovrij aandeelhouderschap voortaan mogelijk
Om het risico, dat inherent is aan ondernemen, te beperken, kunnen ondernemers ervoor kiezen om hun onderneming binnen een vennootschap te voeren. Afhankelijk van het type vennootschap genieten de aandeelhouders van een beperkte aansprakelijkheid, waardoor hun risico (in principe) beperkt is tot het verlies van hun inbreng. Kan een aandeelhouder nog een stap verder gaan en ook zijn inbreng vrijwaren, waardoor hij risicovrij participeert in de vennootschap? De meest voorkomende constructie om een risicovrije participatie te creëren, maakt gebruik van putopties. Aandeelhouder A (de risicovrij participerende aandeelhouder) is houder van een putoptie op zijn aandelen, waardoor hij het recht heeft zijn aandelen te verkopen aan aandeelhouder B en aandeelhouder B verbindt zich om deze aandelen aan te kopen. De overnameprijs wordt gelijkgesteld met de intekenprijs waartegen aandeelhouder A de aandelen verwierf. Indien de vennootschap verlies leidt, haar vermogen wordt aangetast en dus ook de boekhoudkundige waarde van de aandelen daalt, kan aandeelhouder A de putoptie lichten en zich zo vrijstellen
Het gewijzigd huwelijksvermogensrecht : implicaties voor een echtgen(o)ot(e) die professioneel actief is via een vennootschap
Gemeenschappelijke aandelen waarvan de lidmaatschapsrechten toch eigen zijn Bij echtgenoten die gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel met gemeenschap van aanwinsten vallen de beroepsinkomsten van de echtgenoten in het gemeenschappelijk vermogen. Hierbij kan elk van de echtgenoten op professioneel gebied autonoom functioneren en keuzes maken, zonder inmenging van de andere echtgeno(o)t(e). Bij de hervorming van het huwelijksvermogensrecht in 2018 werd met het oog op de versterking van die professionele autonomie de oude regeling van artikel 1401,5° BW m.b.t. de lidmaatschapsrechten van gemeenschappelijke aandelen verduidelijkt en verder uitgewerkt. Thans zijn de lidmaatschaprechten verbonden aan vennootschapsaandelen die met gemeenschappelijke gelden zijn verworven en die op naam van één van de echtgenoten ingeschreven zijn, eigen. De lidmaatschapsrechten omvatten ook het recht om als eigenaar van deze aandelen te handelen. De vermogenswaarde van deze aandelen valt echter wel in het gemeenschappelijk vermogen (artikel 1405, §1, 5° BW). Deze regeling geldt enkel voor aandelen die minstens voor de helft met gemeenschappelijke gelden zijn verkregen (voorwaarde